Natuurdagboek maart: Nectarroof

Neem een kijkje in mijn natuurdagboek! Deze maand: hoe hommels slim nectar stelen uit narcissen. En hoe je hier een pagina in je natuurdagboek van kunt maken.

Het zware hek kraakt als ik het openduw voor een wandeling door de Heemtuin bij Tenellaplas. Samen met collega-natuurvrijwilligers ben ik in de Voornse Duinen en ook hier is één en al lente: luidruchtige eenden op de plas, een groene waas over de bomen en zeeën van narcissen in het gras. M’n aandacht wordt getrokken door donkere stuiterende stipjes boven de narcissen.

Korte dans

Ik loop naar de narcissen en zie dat het hommels zijn. Dikkerds zijn het, zacht en harig: minstens 10. Trefzeker bewegen ze van bloem naar bloem. Heel kort is hun ontmoeting met de narcissen: een zachte aanraking, als een korte dans met steeds een andere partner. Changez! Ik ben gebiologeerd…wat een wendbaarheid! Uit mijn rugzak pak ik mijn natuurdagboek – een eenvoudig schriftje – en zoek een plekje om het tafereel goed te kunnen aanschouwen. Mijn veldsetje met materialen – aquarelverf, waterpenseel en fineliners – komt goed van pas.

Gaatjes

Ik ben verbaasd te zien dat de hommels op de achterkant van de bloemen landen. Daar bevindt zich de nectar toch niet? Ik kijk beter, buig me naar voren. Zou ik me vergissen? Maar nee, steeds opnieuw kiezen ze doelbewust dezelfde plek achter de trompet, terwijl zich juist daarin de nectar, stamper en het stuifmeel bevinden. Ik sta op om een hommel van dichtbij te bekijken. Dan zie ik dat het beestje vluchtig – bijna onzichtbaar – een gaatje maakt in de bloem en dan verder vliegt naar de volgende bloem…en weer hetzelfde doet. Ik maak snel wat schetsen en notities.

Te korte tong

Het blijkt een slimme manier om aan voedsel te komen, weten mijn collega’s. Omdat de nectar diep in de narcis zit en de tong van aardhommels te kort is, bijten ze een gat in de achterkant van de bloemkroon. Zo zuigen ze de nectar direct op: wat een onschuldige hommeldans lijkt, blijkt dus nectarroof te zijn…waarbij de bloemen hun stuifmeeltransport mislopen en kansen op bevruchting missen. Terwijl ik mijn spullen inpak, bedenk ik hoe slim die hongerige koninginnen zijn. Net uit hun winterslaap besparen ze zo energie voor het stichten van een nieuwe kolonie. Let maar eens op de volgende keer als je een hommel ziet!

De pagina in mijn natuurdagboek

Wanneer ik thuis ben, werk ik mijn schetsen en notities uit in een aquarelblok met betere kwaliteit papier: hierop komt de aquarelverf meer tot z’n recht.

  • Eerst schrijf ik met fineliner de ‘metadata’ op: datum, plaats en weer.
  • Vervolgens schrijf ik mijn notities op: Wat valt me op? Wat vraag ik me af? En waar doet het tafereel me aan denken? (de 3 Wild Wonder-vragen).
  • Dan werk ik de schetsjes en hommels uit met aquarelverf en aquarelpotloden.
  • Nu zoom ik in op een hommel. Hierbij gebruik ik een mooie foto van mijn collega Lotty. In werkelijkheid bewoog de hommel te snel om goed te kunnen tekenen.
  • Oeps! Bij de hommel rechts bovenin teken ik de vleugel verkeerd. Ik besluit er een laag blauw over te zetten, zodat het minder opvalt. Ook weer opgelost!
  • Tenslotte schrijf ik met een dikke fineliner een titel boven de pagina. Ik twijfel tussen nectarroof en hommeldans, maar kies voor het eerste, omdat het meer nieuwsgierigheid uitdrukt. Want dat is waar Nature Journaling uiteindelijk over gaat: aandacht, creativiteit en nieuwsgierigheid naar de natuur.

Foto bovenaan de pagina: Lotty Sonnenberg. Illustratie: Olga Karina

Plaats een reactie